ECLI:NL:RVS:2015:1292
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- E. Steendijk
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens Dublinverordening
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 3 oktober 2014 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat sprake was van schending van het gelijkheidsbeginsel en het verbod van willekeur. De Afdeling bevestigde dat de staatssecretaris terecht een verzoek tot overname aan Italië had gestuurd, aangezien de vreemdeling via Italië de EU was binnengekomen.
Verder wees de Afdeling het beroep van de vreemdeling af waarin zij stelde dat Italië niet verantwoordelijk was voor de behandeling van haar asielaanvraag, ondanks dat de Italiaanse autoriteiten dit hadden geweigerd. De Afdeling benadrukte dat volgens de Dublinverordening de verantwoordelijkheid automatisch bij Italië ligt indien deze niet binnen twee maanden reageert.
Ook het betoog dat de vreemdeling als kwetsbare persoon niet naar Italië mocht worden overgedragen, werd verworpen omdat de staatssecretaris voldoende had gemotiveerd dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel kon worden toegepast en geen reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro bestond.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.