ECLI:NL:RVS:2015:1297
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- E. Steendijk
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning vreemdeling
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 15 april 2014 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. De vreemdeling maakte bezwaar, dat door de staatssecretaris op 19 juni 2014 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan de staatssecretaris een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De kern van het geschil betrof de vraag of de staatssecretaris voldoende onderzoek had verricht naar de juistheid van adresgegevens van de behandelaar die medische informatie zou verstrekken aan het Bureau Medische Advisering (BMA). De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had onderzocht waarom de behandelaar geen informatie aan het BMA verstrekte.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris aan zijn onderzoekplicht had voldaan door de BMA-nota aan de vreemdeling toe te zenden en dat het op de vreemdeling zelf rustte om de behandelaar te bewegen alsnog informatie te verstrekken. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het besluit tot afwijzing van zijn verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.