ECLI:NL:RVS:2015:1319
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- J. Hoekstra
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake handhaving emissie mestloods in Stramproy
Het college van burgemeester en wethouders van Weert wees het verzoek van appellant om handhaving af voor geuremissie en kende handhaving toe voor emissie van wit stof, waarbij een last onder dwangsom werd opgelegd. Deze last werd later ingetrokken door het college. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellant tegen de intrekking van de last ongegrond en handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit.
Appellant stelde dat de mestloods niet overeenkomstig de vergunning was gebouwd en dat er nog steeds sprake was van niet-vergunde emissiepunten. De Raad van State oordeelde dat de intrekking van de last onder dwangsom terecht was omdat de openingen aan de nok waren afgedicht en de milieurapportages dit bevestigden.
Tegelijkertijd vernietigde de Raad het deel van de uitspraak van de rechtbank dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand liet, omdat het college bij het nemen van een nieuw besluit had moeten beoordelen of de feitelijke situatie overeenkwam met de geldende vergunningen en of handhaving aangewezen was. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht.
De zaak werd op 29 april 2015 openbaar uitgesproken door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het deel van de uitspraak van de rechtbank dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand laat en beveelt het college een nieuw besluit te nemen.