ECLI:NL:RVS:2015:132
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep vreemdeling inzake asielaanvraag
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 22 mei 2014 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het beroep gegrond verklaarde en het besluit vernietigde. De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het aan de Britse autoriteiten was om te beoordelen of humanitaire gronden bestonden om het verzoek tot overname te honoreren. Dit is de bevoegdheid van de staatssecretaris. Tevens stelde de Raad dat de rechtbank onvoldoende terughoudendheid betrachtte bij de toetsing van het besluit van de staatssecretaris.
De Raad concludeerde dat de staatssecretaris zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat geen humanitaire gronden aanwezig waren om een verzoek tot overname bij de Britse autoriteiten in te dienen, mede gezien de omstandigheden rondom de partner van de vreemdeling en het kind. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van haar asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.