ECLI:NL:RVS:2015:1336
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende aannemelijkheid risico terugkeer Iran
De staatssecretaris heeft op 26 augustus 2013 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De rechtbank Den Haag heeft dit besluit op 9 april 2014 bevestigd. De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De vreemdeling voerde onder meer aan dat haar asielrelaas onjuist was beoordeeld, met name dat haar geloofsuitingen op een Facebook-pagina onvoldoende in aanmerking waren genomen en dat zij daardoor een reëel risico liep bij terugkeer naar Iran. De staatssecretaris stelde dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij door haar internetactiviteiten in de negatieve belangstelling van de Iraanse autoriteiten zou komen.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris terecht uitging van het bestaan van de Facebook-pagina, maar dat de vreemdeling niet aannemelijk had gemaakt dat zij daardoor een reëel risico loopt. Ook werd geoordeeld dat de vreemdeling haar geloofsbekering niet geloofwaardig had onderbouwd. De eis dat de vreemdeling haar geloofsuitingen van internet verwijdert, werd niet als belemmering van haar geloofsuitoefening gezien. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag bevestigd.