ECLI:NL:RVS:2015:1338
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- J.E.M. Polak
- P.J.J. van Buuren
- W.J. Deetman
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over exploitatieplan Bedrijventerrein Vorstengrafdonk te Oss
De zaak betreft het beroep van een grondeigenaar tegen het vastgestelde exploitatieplan en bestemmingsplan voor het bedrijventerrein Vorstengrafdonk in Oss. De appellant betwist dat het exploitatieplan terecht is vastgesteld, omdat volgens hem de ruimtelijke regeling niet wezenlijk wijzigt ten opzichte van het vorige plan en het exploitatieplan daarom achterwege had moeten blijven. Tevens voert hij aan dat bepaalde regels in het exploitatieplan onduidelijk en onevenredig bezwarend zijn, en dat de kostenramingen voor bodemsanering, plankosten en de opwaardering van de N329 onvoldoende gemotiveerd zijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat het nieuwe bestemmingsplan wezenlijke wijzigingen bevat ten opzichte van het vorige plan, zoals een kleinere minimale kaveloppervlakte, een hogere bouwhoogte en gewijzigde bouwgrenzen, waardoor het exploitatieplan terecht is vastgesteld. Wel oordeelt de Afdeling dat de regeling in het exploitatieplan die vergunningverlening beperkt tot de gronden met bestemming "Bedrijf - 2" niet in overeenstemming is met het bestemmingsplan, omdat bouwwerken binnen de bestemming "Groen" onterecht worden uitgesloten. Dit leidt tot strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en herstel wordt bevolen.
Verder vindt de Afdeling dat de raad onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt hoe de kosten voor de opwaardering van de N329 naar evenredigheid aan het exploitatieplan zijn toegerekend, waardoor het exploitatieplan op dit punt niet deugdelijk is gemotiveerd. De overige betogen over plankosten, bodemsanering en inbrengwaarde worden verworpen. De Afdeling draagt de raad op het exploitatieplan te wijzigen en de kostenopgave te verduidelijken binnen twintig weken.
De uitspraak bevat tevens een toelichting op de aanhoudingsplicht voor vergunningverlening zolang het exploitatieplan niet onherroepelijk is. De einduitspraak zal beslissen over proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het exploitatieplan wordt deels herzien vanwege strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en onvoldoende motivering van kostenopgave.