ECLI:NL:RVS:2015:1341
Raad van State
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het verzet van opposant tegen de uitspraak van 19 januari 2015, waarin zijn hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht. Opposant stelde dat hij geen griffierecht verschuldigd was omdat hij een verzoek om schadevergoeding had ingediend na intrekking van een eerder hoger beroep en dat ten onrechte niet was beslist op een incidenteel hoger beroep.
De Afdeling oordeelde dat het griffierecht terecht was geheven voor het hoger beroep dat was ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 28 oktober 2014. Het feit dat andere zaken over schadevergoeding nog aanhangig zouden zijn, bood geen grond om het griffierecht niet te heffen. Verder stelde opposant dat hij recht had op vrijstelling van griffierecht vanwege betalingsonmacht, maar uit de overgelegde inkomensgegevens bleek dat zijn inkomen de vastgestelde grens voor betalingsonmacht overschreed.
De Afdeling verwierp het beroep op betalingsonmacht en het verzet als geheel. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet-betaling van griffierecht wordt ongegrond verklaard.