ECLI:NL:RVS:2015:1348
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De staatssecretaris wees op 16 augustus 2013 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris het iMMO-rapport wel degelijk in zijn besluitvorming had betrokken en dat het rapport onvoldoende uitsluitsel gaf over de oorzaak van het letsel. De rechtbank had dit ten onrechte anders beoordeeld. Verder stelde de Raad vast dat de vreemdeling niet gedetailleerd had verklaard over zijn werkzaamheden, waardoor het asielrelaas ongeloofwaardig kon worden geacht.
De Raad verwierp het betoog van de vreemdeling dat nader onderzoek had moeten plaatsvinden naar het verband tussen het letsel en zijn stellingen. De overige beroepsgronden die door de rechtbank waren beoordeeld, werden niet opnieuw behandeld omdat daartegen in hoger beroep geen bezwaar was gemaakt.
Uiteindelijk verklaarde de Raad het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris wordt bevestigd.