ECLI:NL:RVS:2015:1349
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering afhankelijkheid kind
De vreemdeling heeft bij besluiten van 17 februari 2014 een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aangevraagd, welke zijn afgewezen door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. De bezwaren van de vreemdeling tegen deze besluiten werden eveneens ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde deze afwijzing in haar uitspraak van 18 december 2014. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
In het hoger beroep stelde de vreemdeling dat zij op grond van het arrest Ruiz Zambrano recht heeft op verblijf omdat haar minderjarige kind de Nederlandse nationaliteit bezit en zij de feitelijke zorg voor het kind draagt. Zij voerde aan dat de vader van het kind niet in staat is voor het kind te zorgen vanwege huiselijk geweld, hetgeen zij met verklaringen van een hulpverlener onderbouwde.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende gemotiveerd heeft dat het kind niet zodanig afhankelijk is van de vreemdeling dat het geen andere keuze heeft dan met haar het grondgebied van de Unie te verlaten. De eerdere beslissingen zijn daarom vernietigd en de beroepen van de vreemdeling gegrond verklaard. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.