ECLI:NL:RVS:2015:1362
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking erkenning bedrijfsvoorraad BCA door RDW wegens onjuiste eigendomsoverdracht
De RDW trok op 11 april 2014 de erkenning bedrijfsvoorraad van BCA voor zes weken in, omdat BCA voertuigen in de bedrijfsvoorraad had aangemeld waarvan zij volgens de RDW niet de eigenaar was. De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van BCA tegen deze intrekking ongegrond. Zowel BCA als de RDW stelden hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de levering van voertuigen aan BCA plaatsvindt door feitelijke overdracht van sleutels en papieren, waarna de koopovereenkomst definitief wordt door een inkoopbevestiging. Op dat moment gaat de eigendom over op BCA, waardoor zij gerechtigd is de voertuigen in de bedrijfsvoorraad op te nemen. De RDW had ten onrechte aangenomen dat geen eigendomsoverdracht had plaatsgevonden.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep van BCA gegrond. Het incidenteel hoger beroep van de RDW werd ongegrond verklaard. Het besluit van de RDW van 27 juni 2014 werd vernietigd en het besluit van 11 april 2014 herroepen. Daarnaast werd de RDW veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan BCA.
Uitkomst: De intrekking van de erkenning bedrijfsvoorraad door de RDW is vernietigd omdat BCA wel eigenaar was van de voertuigen ten tijde van aanmelding.