ECLI:NL:RVS:2015:1375
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- N.S.J. Koeman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergoeding planschade na wijziging bestemmingsplan Zandvoort
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Zandvoort om zijn aanvraag om vergoeding van planschade af te wijzen. De aanvraag betrof waardedaling van een woning en een gebouw als gevolg van het bestemmingsplan Zandvoort Centrum van 31 maart 1998 en daaropvolgende besluiten.
Het college baseerde zijn besluit op adviezen van Langhout & Wiarda Juristen en Rentmeesters, waarin werd geconcludeerd dat sprake was van een beperkte planologische verslechtering en dat de waardedaling van de woning voorzienbaar was op het moment van aankoop. De rechtbank had het college in de gelegenheid gesteld een gebrek in de motivering te herstellen, waarna het beroep deels werd toegewezen, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand bleven.
Appellant voerde aan dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de schade voorzienbaar was en dat het verlies van een tijdelijk voordeel niet vergoed hoefde te worden. Ook betwistte hij de taxatie van het gebouw. De Afdeling oordeelde dat de bestaande planologische mogelijkheden ten tijde van aankoop relevant zijn en dat het verlies van een tijdelijk voordeel niet leidt tot vergoeding. De taxatie werd als voldoende gemotiveerd beoordeeld.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de bestreden uitspraken van de rechtbank werden bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van de vergoeding van planschade en verklaart het hoger beroep ongegrond.