ECLI:NL:RVS:2015:1379
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- J. Hoekstra
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging milieu-omgevingsvergunning pluimveebedrijf ondanks geurbelastinggeschil
Het college van burgemeester en wethouders van Weert verleende op 21 mei 2013 een milieu-omgevingsvergunning voor het veranderen van een pluimveebedrijf te Stramproy. Appellant, wonende nabij het bedrijf, stelde beroep in tegen deze vergunning vanwege vermeende strijd met artikel 3, vierde lid, van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv).
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep ongegrond, met als reden dat het relativiteitsvereiste van artikel 8:69a Awb een vernietiging van het besluit op deze grond uitsluit, omdat de overschrijding van geurwaarden niet bij de woning van appellant plaatsvindt maar bij andere woningen. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de wettelijke regels juist zijn bedoeld ter bescherming van zijn belang als omwonende, ongeacht of zijn woning zelf aan de norm voldoet.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de geurbelastingnorm van 14 odour units per kubieke meter lucht voor de woning van appellant niet wordt overschreden en dat de regeling van artikel 3, vierde lid, Wgv alleen ziet op overschrijding binnen de bebouwde kom, wat hier niet het geval is bij de woning van appellant. De norm en regeling strekken dus niet tot bescherming van het belang van appellant, maar van andere bewoners en de vergunningaanvrager.
Daarom is het beroep van appellant niet ontvankelijk en wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De vergunning blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de vergunning en verklaart het hoger beroep ongegrond.