ECLI:NL:RVS:2015:1395
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- J.J. van Eck
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over inreisverbod vreemdeling wegens onvoldoende belangafweging
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 12 februari 2015 de aanvraag van een vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af en vaardigde een inreisverbod uit. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het beroep gegrond verklaarde en het inreisverbod vernietigde. De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het besluit van de staatssecretaris wel degelijk een kenbare motivering bevatte waarom niet werd afgezien van het inreisverbod, inclusief een belangenafweging tussen de situatie van de vreemdeling en het Nederlandse algemeen belang. De medische situatie van de vreemdeling rechtvaardigde volgens de Raad geen toepassing van artikel 3 EVRM Pro en ook artikel 8 EVRM Pro verhinderde het uitvaardigen van het inreisverbod niet.
De Raad vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank voor zover het het inreisverbod betrof en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Over andere beroepsgronden had de rechtbank reeds zonder voorbehoud geoordeeld en deze werden niet in hoger beroep aangevochten. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling tegen het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.