ECLI:NL:RVS:2015:141
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- R. van der Spoel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling krijgt nieuwe beslissing over ingangsdatum verblijfsvergunning na vernietiging eerdere uitspraak
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, die aanvankelijk werd afgewezen door de staatssecretaris. Na bezwaar verleende de staatssecretaris alsnog een vergunning met ingang van 14 februari 2014. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze ingangsdatum ongegrond.
De vreemdeling stelde dat de ingangsdatum onjuist was vastgesteld, omdat hij reeds op 10 december 2012 had aangetoond aan alle vereisten te voldoen door het overleggen van medische toestemmingsverklaringen en bewijzen. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de ingangsdatum 14 februari 2014 moest zijn, omdat de vreemdeling al eerder voldeed aan de voorwaarden.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris, en gelastte dat een nieuw besluit wordt genomen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de eerdere uitspraak en het besluit vernietigd, en een nieuw besluit gelast.