AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bestemmingsplan Uitermeerlocatie Lisse
De raad van de gemeente Lisse stelde op 11 september 2014 het bestemmingsplan 'Uitermeerlocatie Lisse' vast, gericht op herontwikkeling van de locatie van het Fioretticollege tot woningbouw.
Verzoekers, wonend nabij het plangebied, stelden dat zij onvoldoende waren geïnformeerd en betrokken bij de besluitvorming, dat de milieuregels voor afstanden niet werden nageleefd en dat zij financiële schade zouden lijden. Zij verzochten de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 7 januari 2015 en concludeerde dat de gronden eigendom zijn van de gemeente, dat de school nog tot het einde van het schooljaar 2014-2015 in gebruik blijft en dat woningstichting Stek geen omgevingsvergunning zal aanvragen voordat de hoofdzaak op 6 februari 2015 wordt behandeld. Ook zullen geen andere werkzaamheden plaatsvinden die niet al mogelijk zijn op basis van het geldende bestemmingsplan.
Gezien deze omstandigheden ontbrak het spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening, zodat het verzoek werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het bestemmingsplan wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.
Uitspraak
201409074/2/R6.
Datum uitspraak: 15 januari 2015
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 vanPro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoeker] en anderen, wonend te Lisse,
verzoekers,
en
de raad van de gemeente Lisse,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 11 september 2014 heeft de raad het bestemmingsplan "Uitermeerlocatie Lisse" vastgesteld.
Tegen dit besluit hebben [verzoeker] en anderen beroep ingesteld. [verzoeker] en anderen hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 7 januari 2015, waar [verzoeker] en anderen, vertegenwoordigd door [verzoeker], en de raad, vertegenwoordigd door M.A.M. Ransdorp en mr. A.K. Koornneef, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.
Overwegingen
1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2. Het plan voorziet in de herontwikkeling van de huidige locatie van het Fioretticollege, locatie Uitermeer, tot woningbouw.
3. [verzoeker] en anderen kunnen zich niet verenigen met het plan, voor zover daarin aan de op korte afstand van hun woningen gelegen gronden de bestemming "Wonen" is toegekend. [verzoeker] en anderen voeren onder meer aan dat zij onvoldoende zijn geïnformeerd over de beoogde ontwikkelingen en dat zij onvoldoende de mogelijkheid hebben gekregen de besluitvorming te beïnvloeden. Daarnaast voeren zij aan dat de geplande woningbouw ter plaatse niet mogelijk is omdat niet wordt voldaan aan de aan te houden afstanden op basis van milieuregelgeving. [verzoeker] en anderen stellen verder dat onvoldoende rekening is gehouden met hun belangen en dat zij verwachten financiële schade te zullen lijden ten gevolge van het plan.
4. Vast staat dat de gronden binnen het plangebied in eigendom zijn van de gemeente. De raad heeft verder toegelicht dat de school nog tot eind van het schooljaar 2014-2015 in gebruik zal zijn en pas nadien aan woningstichting Stek zal worden opgeleverd. Na telefonisch overleg heeft de raad ter zitting namens woningstichting Stek toegezegd dat geen omgevingsvergunning zal worden aangevraagd voordat uitspraak is gedaan in de hoofdzaak, die op 6 februari 2015 ter zitting zal worden behandeld. Ook is toegezegd dat binnen het plangebied geen andere werkzaamheden die niet reeds mogelijk zijn op basis van het geldende bestemmingsplan, zullen worden verricht totdat uitspraak is gedaan in hoofdzaak.
5. Gelet op het voorgaande ontbreekt het spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening en bestaat aanleiding het verzoek van [verzoeker] en anderen om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
Proceskosten
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. M.G.J. Parkins-de Vin, als voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. W. van Steenbergen, griffier.