ECLI:NL:RVS:2015:1420
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over afwijzing verblijfsvergunning langdurig verblijvende kinderen
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 5 augustus 2013 aanvragen van twee vreemdelingen af voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de Regeling langdurig verblijvende kinderen. De vreemdelingen maakten bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris niet voldoende had gemotiveerd waarom hij niet afweek van het beleid op grond van artikel 4:84 Awb Pro. De staatssecretaris had terecht geweigerd de verblijfsvergunning te verlenen omdat de vreemdelingen al houder waren van andere verblijfsvergunningen die niet onder de uitzonderingen van de overgangsregeling vielen.
De Raad van State stelde vast dat de overgangsregeling restrictief is en dat de staatssecretaris bij de totstandkoming ervan rekening heeft gehouden met het feit dat houders van andere verblijfsvergunningen niet in aanmerking komen. Ook was het horen van de vreemdelingen niet verplicht omdat het bezwaar niet tot een ander besluit kon leiden. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdelingen ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdelingen ongegrond verklaard.