ECLI:NL:RVS:2015:1443
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- A.W.M. Bijloos
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens misbruik van recht bij Wob-verzoeken
Appellant heeft met beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) vele verzoeken ingediend bij de minister van Veiligheid en Justitie, waaronder verzoeken om uitspraken op administratieve beroepen tegen verkeersboetes. De minister betaalde aanzienlijke dwangsommen en proceskostenvergoedingen vanwege het niet tijdig beslissen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk wegens het niet tijdig nemen van besluiten, maar het verzet daartegen werd gegrond verklaard. In hoger beroep stelde de minister dat appellant misbruik maakte van zijn bevoegdheid door het indienen van talloze Wob-verzoeken en het niet naleven van verzoeken om correspondentie overzichtelijk te houden.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant met zijn handelswijze, waaronder het niet vermelden van zaakskenmerken en het verspreiden van verzoeken, de praktische verwerkbaarheid en tijdige besluitvorming onnodig bemoeilijkte. Dit gebruik van bevoegdheden had kennelijk als doel het incasseren van geldsommen ten laste van de overheid, wat kwade trouw inhoudt.
Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht door appellant.