ECLI:NL:RVS:2015:1453
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens misbruik van recht bij openbaarmaking verkeersboetedocumenten
De minister van Veiligheid en Justitie besloot op 14 juni 2013 een verzoek om openbaarmaking van stukken betreffende een aan verzoeker opgelegde verkeersboete. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk, maar verklaarde het beroep tegen het bezwaarbesluit gegrond en vernietigde dat besluit.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde de zaak en overwoog dat de gemachtigde van verzoeker het Wob-verzoek bewust baseerde op de Wet openbaarheid van bestuur, terwijl op grond van de Awb en de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften een andere procedure voor het verkrijgen van de stukken mogelijk was. Dit werd gezien als misbruik van recht, mede omdat de gemachtigde bekend was met de relevante wetgeving en het verzoek mede was gericht op het incasseren van dwangsommen en proceskostenvergoedingen.
De Afdeling oordeelde dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen en het bezwaarbesluit niet-ontvankelijk verklaard moesten worden wegens misbruik van recht. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en de minister werd in het gelijk gesteld. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen en het bezwaarbesluit wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht.