ECLI:NL:RVS:2015:1458
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- J. Kramer
- J.W. van de Gronden
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over bestuursdwang en kosten bij bodemverontreiniging door opslag druggerelateerde stoffen
Het college van burgemeester en wethouders van Helmond heeft spoedeisende bestuursdwang toegepast op een perceel waar druggerelateerde stoffen waren opgeslagen, wat mogelijk ernstige bodemverontreiniging veroorzaakte. Appellant werd als eigenaar van het perceel verantwoordelijk gehouden voor de kosten van bestuursdwang en als overtreder van de Wet bodembescherming en de Wabo.
Appellant voerde aan dat hij niet zelf betrokken was bij de opslag en dat de overtredingen niet aan hem konden worden toegerekend. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant geen handelingen had verricht die aan hem konden worden toegerekend, zodat hij niet kon worden aangemerkt als overtreder van artikel 13 van Pro de Wet bodembescherming. Wel was appellant op de hoogte van de opslag en had hij het perceel laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan, waardoor hij als overtreder van artikel 2.1 Wabo kon worden beschouwd.
Verder werd geoordeeld dat de spoedeisendheid van de bestuursdwang terecht was vastgesteld vanwege het risico op bodemverontreiniging. De kosten van bestuursdwang werden bevestigd omdat het college de werkzaamheden door gecertificeerde bedrijven liet uitvoeren en appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de kosten onnodig hoog waren.
De beroepen van appellant tegen de besluiten tot bestuursdwang en kosten werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen van appellant tegen de bestuursdwang en kosten zijn ongegrond verklaard en de besluiten bekrachtigd.