ECLI:NL:RVS:2015:1465
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens misbruik van recht bij Wob-verzoek inzake verkeersboete
De zaak betreft een verzoek van appellant om openbaarmaking van documenten over een aan hem opgelegde verkeersboete en de betrokken ambtenaren. De minister weigerde dit verzoek, waarna appellant bezwaar maakte en beroep instelde tegen het niet tijdig beslissen en het besluit op bezwaar.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen gegrond en het beroep tegen het besluit op bezwaar ongegrond. De minister stelde hiertegen hoger beroep in, appellant incidenteel hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het Wob-verzoek en de daarop gebaseerde beroepsprocedures misbruik van recht vormen. Dit omdat het verzoek was gericht op het verkrijgen van documenten om de verkeersboete aan te vechten, terwijl daarvoor specifieke wettelijke regelingen bestaan. De gemachtigde van appellant gebruikte de Wob bewust om dwangsommen en proceskosten te incasseren, wat kwade trouw inhoudt.
De Afdeling verklaart het incidenteel hoger beroep van appellant niet-ontvankelijk en het hoger beroep van de minister gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep tegen het niet tijdig beslissen en het beroep tegen het besluit op bezwaar worden niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht.