ECLI:NL:RVS:2015:1475
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake wijziging verblijfsvergunning zelfstandige
De vreemdeling had een aanvraag ingediend om de beperking van zijn verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te wijzigen. De staatssecretaris wees deze aanvraag op 25 oktober 2013 af en verklaarde het bezwaar ongegrond op 25 juli 2014. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit van de staatssecretaris.
Zowel de vreemdeling als de staatssecretaris stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het hoger beroep van de staatssecretaris tijdig was ingesteld, ondanks dat de wettelijke termijn vier weken bedroeg, omdat de rechtbank een termijn van zes weken had vermeld in haar uitspraak.
De Afdeling stelde vast dat de rechtbank niet had beoordeeld of de vreemdeling rechten kon ontlenen aan het Besluit nr. 1/80 van de Associatieraad betreffende de associatie tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije. De Afdeling corrigeerde dit en wees erop dat niet artikel 13 van Pro dat besluit van toepassing was, maar artikel 41 van Pro het Aanvullend Protocol bij de associatieovereenkomst.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep van de vreemdeling ongegrond. Het beroep van de vreemdeling werd afgewezen, en het besluit van de staatssecretaris bleef in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris blijft in stand.