ECLI:NL:RVS:2015:1483
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning medische heroïne-unit in Tilburg
Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg verleende op 29 januari 2014 een omgevingsvergunning aan Stichting Novadic-Kentron Groep voor het gedeeltelijk verbouwen van gebouw 6 op het terrein van het psychiatrisch centrum Jan Wier, met als doel het vestigen van een medische heroïne-unit. Na bezwaar verklaarde het college op 27 juni 2014 het bezwaar ongegrond en verleende alsnog de vergunning.
Stichting Woonomgeving Jan Wierhof en anderen voerden beroep aan tegen deze besluiten, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Hiertegen werd hoger beroep ingesteld bij de Raad van State. De verzoekers vroegen vervolgens om een voorlopige voorziening om de uitvoering van de vergunning te schorsen totdat het hoger beroep is beslist.
De voorzieningenrechter overwoog dat de besluiten in principe uitvoerbaar zijn, ook tijdens procedures, zeker omdat de rechtbank het beroep ongegrond heeft verklaard. Het belang van de verzoekers richt zich op het voorkomen van overlast door de medische heroïne-unit, niet op de verbouwing zelf. Er is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het gebruik van het gebouw voor deze unit onomkeerbare gevolgen zal hebben.
Tegenover het belang van de verzoekers staat het belang van het college en Stichting Novadic-Kentron Groep om de vergunning te benutten, mede omdat de medische heroïne-unit op een andere locatie uiterlijk 1 juli 2015 moet zijn verhuisd. Gezien de verwachting dat het hoger beroep binnen afzienbare tijd wordt beslist, is er geen spoedeisend belang voor schorsing. Daarom werd het verzoek afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en onvoldoende aannemelijkheid van onomkeerbare gevolgen.