ECLI:NL:RVS:2015:1498
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake kinderopvangtoeslag en terugvordering 2009
De Belastingdienst/Toeslagen had de kinderopvangtoeslag van appellant over 2009 definitief vastgesteld op nihil en een bedrag van €8.097 teruggevorderd. Appellant maakte bezwaar, dat eerst ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste bezwaarbesluit niet-ontvankelijk, maar gaf appellant wel gelijk in het beroep tegen het tweede bezwaarbesluit en bepaalde dat de Belastingdienst een nieuw besluit moest nemen.
De Belastingdienst stelde hoger beroep in, appellant incidenteel. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat appellant onvoldoende had aangetoond wat de totale kosten van gastouderopvang waren en dat hij niet had aangetoond dat hij de kosten had voldaan. Hierdoor kon geen recht op toeslag worden vastgesteld.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover het het bezwaarbesluit van 28 januari 2014 betrof en verklaarde het beroep tegen dat besluit ongegrond. Tevens werd de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die appellant had gemaakt voor het beroep tegen het besluit van 26 augustus 2013. De overige delen van het vonnis werden bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen het bezwaarbesluit van 28 januari 2014 wordt ongegrond verklaard en de Belastingdienst wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.