ECLI:NL:RVS:2015:1508
Raad van State
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen voorzitter meervoudige kamer Raad van State
Op 19 april 2015 heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. F.C.M.A. Michiels, voorzitter van de meervoudige kamer die zijn zaak behandelde. Verzoeker stelde dat de voorzitter onpartijdigheid had geschonden door hem tijdens een zitting de mond te snoeren en een verzoek tot heropening van het onderzoek af te wijzen, wat volgens verzoeker duidde op vooringenomenheid ten gunste van de gemeente.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het verzoek op 29 april 2015. De voorzitter van de kamer berustte niet in het wrakingsverzoek en maakte geen gebruik van het recht om gehoord te worden. Verzoeker werd gehoord en vertegenwoordigd door een advocaat.
De Afdeling oordeelde dat het wrakingsverzoek niet tijdig was ingediend, aangezien verzoeker al bij de zitting van 25 maart 2015 op de vermeende onpartijdigheid had kunnen reageren. Daarnaast werd geoordeeld dat de beslissing van de voorzitter om het onderzoek niet te heropenen een processuele beslissing is die niet via wraking kan worden aangevochten. Er was geen objectieve grond voor een gegronde vrees voor partijdigheid. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de voorzitter van de meervoudige kamer is afgewezen wegens niet tijdige indiening en gebrek aan gegronde vrees voor partijdigheid.