ECLI:NL:RVS:2015:1516
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing handhavingsverzoek verkoopactiviteiten buitenterrein
Het college van burgemeester en wethouders van Alblasserdam heeft bij besluit van 24 april 2013 het verzoek van een besloten vennootschap en anderen om handhavend op te treden tegen het gebruik van gronden voor verkoopactiviteiten afgewezen. Na een bezwaarprocedure handhaafde het college dit besluit bij besluit van 16 oktober 2013. De rechtbank Rotterdam verklaarde het daarop ingestelde beroep gegrond en vernietigde het besluit van 16 oktober 2013, waarbij de rechtsgevolgen van dat besluit in stand bleven.
Het college stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het college voerde aan dat er ten tijde van het bestreden besluit concreet zicht op legalisering bestond en dat de rechtbank een onjuist criterium hanteerde bij de beoordeling. Tevens stelde het college dat het relativiteitsvereiste aan vernietiging in de weg stond.
De Afdeling oordeelde dat het college onvoldoende belang had bij de behandeling van het hoger beroep, omdat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand waren gelaten en het procesbelang daarmee was vervallen. Ook de veroordeling tot proceskostenvergoeding was onvoldoende om belang aan te nemen. Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college is niet-ontvankelijk verklaard en het college is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.