ECLI:NL:RVS:2015:1535
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving verwijdering houten berging, blokhut en legertent wegens ontbreken omgevingsvergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Midden-Drenthe heeft aan appellante een last onder dwangsom opgelegd om een houten berging, blokhut en legertent op haar perceel te verwijderen, omdat deze zonder omgevingsvergunning zijn gebouwd. Appellante maakte bezwaar en stelde dat de bouwwerken vergunningvrij waren omdat ze bijbehorende bouwwerken in achtererfgebied zouden zijn en dat het college in strijd met het vertrouwensbeginsel handhavend optrad.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Afdeling oordeelt dat de bouwwerken niet in achtererfgebied liggen en dat het bestemmingsplan de inrichting als erf verbiedt, waardoor een vergunning vereist is. Tevens is vastgesteld dat de bouwwerken zonder vergunning zijn opgericht en dat het college bevoegd is tot handhaving.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat er geen concrete, ondubbelzinnige toezeggingen zijn gedaan door het college die rechtens te honoreren verwachtingen scheppen. Ook het tijdsverloop van twintig jaar zonder handhaving leidt niet tot een recht op gedogen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de handhavingsmaatregel wordt bevestigd.