ECLI:NL:RVS:2015:1549
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging oplegging Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer door CBR na verkeersovertredingen
Het CBR legde appellant op 31 oktober 2013 een Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer (EMG) op naar aanleiding van een proces-verbaal van de politie Utrecht, waarin werd vastgesteld dat appellant zich schuldig maakte aan diverse verkeersovertredingen met een snorfiets, waaronder het maken van wheely's, linksaf slaan zonder richting aan te geven, negeren van een rood verkeerslicht en rijden tegen het verkeer in.
Appellant voerde aan dat hij niet de bestuurder was en dat de verbalisanten zich mogelijk hadden vergist in zijn identiteit. Hij ondersteunde dit met verklaringen van derden die hem op een andere locatie aanwezen. De rechtbank en de Raad van State oordeelden echter dat het CBR terecht uitging van de juistheid van het proces-verbaal, dat op ambtsbelofte was opgemaakt, en dat de verklaringen van derden onvoldoende bewijs boden om dit te weerleggen.
De Raad van State bevestigde dat het CBR op grond van de Wegenverkeerswet 1994 en de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 verplicht was de EMG op te leggen gezien het rijgedrag van appellant. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 13 mei 2015 in het openbaar uitgesproken door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant is ongegrond verklaard en het besluit van het CBR tot oplegging van een EMG is bevestigd.