ECLI:NL:RVS:2015:1577
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.C. Kranenburg
- M.A.A. Mondt-Schouten
- R. Uylenburg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek saldering stikstofdepositie voor uitbreiding pluimveehouderij
Appellante had bij het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant een verzoek ingediend om saldering van stikstofdepositie in verband met de uitbreiding van haar pluimveehouderij. Dit verzoek werd door het college afgewezen omdat zij niet voldeed aan de voorwaarden van de Verordening stikstof en Natura 2000 Noord-Brabant 2013, met name artikel 15 dat Pro saldering uitsluit voor zogenoemde interim-uitbreiders.
Appellante voerde aan dat het college haar aanvraag ten onrechte niet inhoudelijk had getoetst en dat de uitsluiting in strijd was met het gelijkheidsbeginsel. Tevens stelde zij dat het college de hardheidsclausule had moeten toepassen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat het college terecht de verordening had toegepast en dat het onderscheid tussen interim-uitbreiders en andere bedrijven gerechtvaardigd is. De hardheidsclausule kon niet worden toegepast omdat het betoog niet op haar individuele situatie was toegespitst.
De Afdeling stelde vast dat appellante belang had bij de procedure vanwege de door haar gestelde vertragingsschade. Uiteindelijk verklaarde de Afdeling het beroep ongegrond en wees zij een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de afwijzing van haar verzoek tot saldering van stikstofdepositie is ongegrond verklaard.