ECLI:NL:RVS:2015:1588
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling vrijgelaten wegens onrechtmatige vreemdelingenbewaring en toekenning schadevergoeding
De vreemdeling was op 2 april 2015 in vreemdelingenbewaring gesteld. Tegen dit besluit stelde hij beroep in bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, die dit beroep op 28 april 2015 ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Hij stelde onder meer dat de rechtbank ten onrechte het motiveringsgebrek rond de keuze voor vreemdelingenbewaring had gepasseerd zonder te beoordelen of een lichter middel mogelijk was.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank dit motiveringsgebrek ten onrechte had gepasseerd en verklaarde het hoger beroep gegrond. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het beroep van de vreemdeling alsnog gegrond verklaard en de vrijheidsontnemende maatregel opgeheven.
Daarnaast werd aan de vreemdeling een vergoeding van €3.305 toegekend voor de periode van bewaring en werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €1.470, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring werd opgeheven en aan de vreemdeling een vergoeding en proceskosten toegekend.