ECLI:NL:RVS:2015:160
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving gebruik pand voor kamerverhuur in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Maastricht legde op 26 april 2013 een last onder dwangsom op aan Woonmanagement Maastricht B.V. om het gebruik van een pand voor kamerverhuur te beëindigen, omdat dit in strijd was met het bestemmingsplan "Maas en Jeker". Appellanten voerden aan dat het pand bestemd was voor woondoeleinden en dat kamerverhuur binnen één huishouden viel, of dat sprake was van een gezinsachtige huishouding. Ook betoogden zij dat het college niet bevoegd was handhavend op te treden en dat het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel was geschonden.
De Afdeling oordeelde dat het bestemmingsplan het gebruik van het pand beperkt tot één huishouden toestaat, en dat kamerverhuur door een groep studenten niet als één huishouden kan worden aangemerkt vanwege de tijdelijke aard van de bewoning. De wijziging van de rechtsgrond door het college leidde niet tot belangenverlies voor appellanten, aangezien zij op de hoogte waren van het handhavingsvoornemen en zienswijzen hadden ingediend.
Verder werd geoordeeld dat het college niet in strijd met het vertrouwensbeginsel of rechtszekerheidsbeginsel handhavend optreedt, ook niet ondanks eerdere kennis van het college over het gebruik. Het ontbreken van overlast maakt handhaving niet onevenredig. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de handhaving tegen kamerverhuur bevestigd.