ECLI:NL:RVS:2015:1608
Raad van State
- Hoger beroep
- Th.G. Drupsteen
- B.P. Vermeulen
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing kindgebonden budget voor niet-rechtmatig verblijvende vreemdeling
De Belastingdienst/Toeslagen wees de aanvraag van appellant om kindgebonden budget over 2012 af omdat zij geen kinderbijslag ontvangt en niet rechtmatig in Nederland verblijft. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Appellant voerde aan dat de weigering inbreuk maakt op haar privé- en gezinsleven (artikel 8 EVRM Pro) en dat de belangen van haar minderjarige dochter onvoldoende zijn meegewogen. Tevens stelde zij dat de weigering strijdig is met diverse artikelen van het IVRK en het discriminatieverbod van artikel 14 EVRM Pro. De Afdeling overwoog dat het koppelingsbeginsel uit de Vreemdelingenwet 2000 een redelijke en objectieve rechtvaardiging biedt voor het onderscheid tussen rechtmatig en niet-rechtmatig verblijvende vreemdelingen.
De Afdeling concludeerde dat de door appellant aangevoerde omstandigheden niet zodanig bijzonder zijn dat het koppelingsbeginsel buiten toepassing moet worden gelaten. De rechtbank had terecht geoordeeld dat de belangen van het kind bij de besluitvorming waren betrokken en dat geen strijd met het EVRM of IVRK bestaat. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het kindgebonden budget bevestigd.