ECLI:NL:RVS:2015:163
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boetes wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen ondanks beroep op standstill-bepalingen
De minister legde appellant boetes op wegens het laten verrichten van arbeid door vreemdelingen zonder de vereiste tewerkstellingsvergunningen. Appellant stelde beroep in tegen deze boetes en voerde onder meer aan dat de boetes in strijd waren met de standstill-bepalingen van het Aanvullend Protocol en Besluit nr. 1/80 bij de Associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Turkije.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Raad overweegt dat het tewerkstellingsvergunningvereiste en het vereiste tot het vaststellen van identiteit geen verboden beperkingen vormen in de zin van de standstill-bepalingen, omdat deze niet aan vestiging in Nederland in de weg staan. Tevens faalt het beroep op de standstill-bepaling van Besluit nr. 1/80 omdat de vreemdelingen geen rechtmatig verblijf hadden.
Verder wordt het betoog verworpen dat de vreemdelingen als zelfstandigen moeten worden aangemerkt, omdat zij niet beschikten over de vereiste verblijfsvergunningen voor zelfstandigen. Ook het beroep op artikel 45 VWEU Pro faalt omdat de vreemdelingen geen EU-nationaliteit hadden. Het verzoek tot matiging van de boete wegens geringe omvang en duur van de werkzaamheden wordt eveneens afgewezen, gelet op verklaringen waaruit blijkt dat de werkzaamheden meerdere dagen hebben plaatsgevonden en betaald werden.
De Raad van State bevestigt daarmee de boetes en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boetes wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen en wijst het hoger beroep af.