ECLI:NL:RVS:2015:1641
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking tewerkstellingsvergunningen wegens onjuiste gegevens over functie-inhoud
De zaak betreft het hoger beroep van een bedrijf tegen de intrekking van tewerkstellingsvergunningen voor twee werknemers die als frituurkok werkzaam waren. De Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen had deze vergunningen ingetrokken omdat de werknemers andere werkzaamheden verrichtten dan waarvoor de vergunning was verleend.
De rechtbank had de beroepen van het bedrijf ongegrond verklaard en de Raad van State bevestigt deze uitspraak. Het rapport van bevindingen van de Inspectie SZW toonde aan dat de werknemers andere taken uitvoerden dan frituren. Het bedrijf voerde aan dat de tolking onzorgvuldig was en dat de functieomschrijving van frituurkok ruim was, maar deze argumenten werden verworpen.
De rechtbank en de Raad van State oordeelden dat de verklaringen van de werknemers en andere medewerkers consistent waren en dat het bedrijf onvoldoende bewijs leverde om het standpunt van de Raad van Bestuur te weerleggen. De intrekking van de vergunningen is daarmee terecht en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De intrekking van de tewerkstellingsvergunningen wordt bevestigd omdat de werknemers andere werkzaamheden verrichtten dan waarvoor de vergunning was verleend.