ECLI:NL:RVS:2015:1644
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en afwijzing verblijfsvergunning asiel Russische vreemdeling
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 12 juni 2013 de aanvraag van een Russische vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 12 juni 2014 het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
Zowel de vreemdeling als de staatssecretaris stelden hoger beroep in bij de Raad van State. De vreemdeling voerde aan dat het ambtsbericht van juni 2013 onduidelijkheid schept over de opvang van afgewezen Russische asielzoekers, wat een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro zou betekenen. De staatssecretaris betoogde dat de vreemdeling dit risico niet aannemelijk had gemaakt.
De Raad van State oordeelde dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij een reëel risico loopt bij terugkeer naar Rusland. Het ambtsbericht en andere stukken boden geen concrete aanwijzingen voor een dergelijke situatie. De Raad vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarmee het oorspronkelijke besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning in stand bleef.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 19 mei 2015.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het oorspronkelijke besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning blijft in stand.