ECLI:NL:RVS:2015:1646
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A. Hagen
- D.J.C. van den Broek
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen handhavingsbesluiten huisvesting arbeidsmigranten
Appellant verzocht in 2009 om handhavend op te treden tegen de huisvesting van arbeidsmigranten op een vakantiepark in strijd met het bestemmingsplan. Na meerdere verzoeken en een uitspraak van de rechtbank in 2013, waarin het college werd opgedragen binnen twee weken te beslissen, verklaarde het college het bezwaar gegrond en kondigde handhaving aan.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen de brief van 4 juni 2013 niet-ontvankelijk, omdat dit geen inhoudelijk besluit betrof. Het daadwerkelijke handhavingsbesluit volgde pas in oktober 2013. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring.
De Afdeling overwoog dat de brief van 4 juni 2013 geen besluit in de zin van de Awb is, omdat het college niet volstond met een gegrondverklaring maar een inhoudelijk besluit moest nemen. Het beroep tegen het uitblijven van een besluit was daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep tegen het besluit van 5 augustus 2014 werd verwezen naar de rechtbank. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; niet-ontvankelijkheid beroep bevestigd en beroep tegen later besluit verwezen naar rechtbank.