ECLI:NL:RVS:2015:1666
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling bevoegdheid staatssecretaris bij toepassing Dublinverordening in asielprocedure
De staatssecretaris wees op 17 juli 2014 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde. De Afdeling bestuursrechtspraak toetste de toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening, waarin de bevoegdheid van lidstaten wordt geregeld om een asielverzoek toch zelf te behandelen.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte haar eigen oordeel had gegeven over de terughoudendheid die de staatssecretaris moet betrachten bij het gebruik van deze bevoegdheid. De rechter moet de motivering toetsen, maar mag niet het eigen oordeel in de plaats stellen van dat van de staatssecretaris. De Afdeling vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank.
Verder stelde de Afdeling vast dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat bijzondere, individuele omstandigheden aanwezig waren die een uitzondering op de overdracht aan Kroatië rechtvaardigen. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel en de psychische klachten werden onvoldoende onderbouwd geacht. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van de asielaanvraag blijft in stand.