ECLI:NL:RVS:2015:1670
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning langdurig verblijvende kinderen
De staatssecretaris wees de aanvraag van de vreemdelingen voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af en verleende ambtshalve een vergunning met beperkte geldigheidsduur. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdelingen gegrond en vernietigde het besluit, maar de staatssecretaris ging in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank onvoldoende had onderkend dat vreemdeling 2 zich onttrokken had aan het toezicht, waardoor de vreemdelingen niet voldeden aan de voorwaarden van de Regeling langdurig verblijvende kinderen. Daarnaast werd geoordeeld dat het handelen van vreemdeling 2 aan vreemdeling 1 kon worden toegerekend vanwege het ouderlijk gezag.
Verder werd vastgesteld dat de beperkte geldigheidsduur van de ambtshalve verleende vergunning gerechtvaardigd was en dat de staatssecretaris terecht van het horen op bezwaar kon afzien. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdelingen ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdelingen wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.