ECLI:NL:RVS:2015:1672
Raad van State
- Hoger beroep
- Th.G. Drupsteen
- F.C.M.A. Michiels
- G. Snijders
- Rechtspraak.nl
Veroordeling college tot vergoeding wegens overschrijding redelijke termijn bij planschadeprocedure
Appellant diende een verzoek in tot vergoeding van planschade wegens de aanleg van een fietspad nabij zijn woning, wat volgens hem leidde tot privacyverlies, geluidsoverlast en waardevermindering. Het college kende aanvankelijk een vergoeding toe, maar verklaarde later het bezwaar ongegrond na advies van deskundigen met uiteenlopende conclusies over de planologische situatie en waardeverandering.
De rechtbank stelde vast dat de taxatie van de waardeverandering onvoldoende was en vernietigde het besluit van het college. Het college liet daarop een nieuwe taxatie uitvoeren, die een waardevermeerdering boven de waardevermindering concludeerde, en handhaafde het besluit. Appellant voerde meerdere beroepsgronden aan, waaronder twijfel aan de onafhankelijkheid van de taxateur en onjuiste planologische vergelijkingen, maar deze werden door de Afdeling verworpen.
De Afdeling oordeelde echter dat de redelijke termijn voor de behandeling van het bezwaar en beroep was overschreden met ruim acht maanden, en dat deze overschrijding niet gerechtvaardigd was gezien de complexiteit van de zaak en het gedrag van appellant. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard voor zover het de overschrijding betrof, en werd het college veroordeeld tot een vergoeding van € 1.000,- aan appellant wegens immateriële schade.
Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot betaling van € 1.000 aan appellant wegens overschrijding van de redelijke termijn.