ECLI:NL:RVS:2015:1673
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering medische situatie
Bij besluiten van 29 juli 2013 wees de staatssecretaris de aanvraag van drie vreemdelingen om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. De vreemdelingen maakten bezwaar, dat op 19 november 2013 ongegrond werd verklaard. De rechtbank bevestigde dit in een uitspraak van 22 augustus 2014. De vreemdelingen gingen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de medische situatie van twee vreemdelingen niet als bijzondere omstandigheid hoefde te worden aangemerkt in het kader van artikel 8 EVRM Pro. De staatssecretaris had zich bij de belangenafweging uitsluitend op eerdere procedures gebaseerd en onvoldoende gemotiveerd waarom de medische situatie niet leidde tot een positieve verblijfsrechtelijke verplichting.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 19 november 2013, en verklaarde het beroep van de vreemdelingen gegrond. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent de medische situatie.