ECLI:NL:RVS:2015:1685
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.B.M. Hent
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake boete Wet arbeid vreemdelingen wegens vals verblijfsdocument
De minister legde aan de wederpartij een boete van €14.250 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, en artikel 15, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De rechtbank Amsterdam matigde deze boete tot €11.250 wegens een verminderde mate van verwijtbaarheid, omdat de wederpartij het verblijfsdocument niet volledig als vals had kunnen herkennen.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze matiging, stellende dat de wederpartij het document niet zorgvuldig had gecontroleerd volgens het 'Stappenplan verificatieplicht'. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de boete had gematigd, omdat het verblijfsdocument duidelijke afwijkingen vertoonde die bij zorgvuldige controle zichtbaar waren.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de wederpartij ongegrond. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De boete blijft derhalve onverminderd van kracht.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige controle van identiteitsdocumenten door werkgevers conform het stappenplan om boetes te voorkomen.
Uitkomst: De boete van €14.250 wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen blijft onverminderd van kracht; het beroep van de wederpartij wordt ongegrond verklaard.