ECLI:NL:RVS:2015:1687
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- B.P. Vermeulen
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering kindgebonden budget wegens niet-rechtmatig verblijf partner
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen om het aan haar toegekende voorschot kindgebonden budget over 2011 te herzien en op nihil te stellen, met terugvordering van het reeds uitbetaalde bedrag. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat het onderscheid op grond van het niet-rechtmatig verblijf van de partner een redelijke en objectieve rechtvaardiging kent, gelet op het koppelingsbeginsel in de Vreemdelingenwet 2000 en de doelstelling om het voortgezet verblijf van illegale vreemdelingen te voorkomen. De door appellante aangevoerde bijzondere omstandigheden, waaronder het leven onder het sociale minimum, waren onvoldoende om het besluit buiten toepassing te laten.
Verder concludeerde de Afdeling dat de belangen van het kind voldoende zijn meegewogen en dat de aangevoerde verdragsbepalingen, waaronder het EVRM en het IVRK, geen directe aanleiding geven tot een ander oordeel. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.