ECLI:NL:RVS:2015:1693
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning op grond van overgangsregeling langdurig verblijvende kinderen
De vreemdelingen, een gezin bestaande uit ouders en zes kinderen, hebben op 30 mei 2013 aanvragen ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van de Regeling langdurig verblijvende kinderen, met beroep op de overgangsregeling. De staatssecretaris wees deze aanvragen bij besluit van 7 augustus 2013 af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde deze afwijzing bij uitspraak van 18 december 2014.
De kern van het geschil betrof de uitleg en toepassing van de overgangsregeling en de vraag of de vreemdelingen voldeden aan het vereiste van ten minste vijf jaar verblijf in Nederland voorafgaand aan de peildatum, zonder verplaatsing van het hoofdverblijf buiten Nederland. De vreemdelingen hadden na hun eerste asielaanvragen in 1999 en opvolgende aanvragen in 2004 en 2010, gedurende drie jaar in Oekraïne verbleven, waarna zij opnieuw asielaanvragen indienden.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris terecht heeft aangenomen dat het vereiste van ononderbroken verblijf van vijf jaar direct voorafgaand aan de peildatum geldt en dat de periode van verblijf vóór de verplaatsing van het hoofdverblijf buiten Nederland niet meetelt. De staatssecretaris mocht aannemen dat het hoofdverblijf was verplaatst vanwege het verblijf van meer dan zes achtereenvolgende maanden buiten Nederland zonder aannemelijk gemaakte buiten schuld gelegen omstandigheden. De grieven van de vreemdelingen werden verworpen en het hoger beroep werd kennelijk ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunningaanvragen wegens niet voldoen aan het vereiste van ononderbroken vijf jaar verblijf in Nederland.