ECLI:NL:RVS:2015:1694
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit verblijfsvergunning wegens onjuiste gegevens
De staatssecretaris heeft op 9 augustus 2013 de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van de vreemdeling met terugwerkende kracht ingetrokken wegens het verstrekken van onjuiste gegevens, haar opgedragen Nederland te verlaten en een inreisverbod opgelegd. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
In hoger beroep stelde de vreemdeling dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat de staatssecretaris geen rekening hoefde te houden met artikel 3 EVRM Pro bij de intrekking van de verblijfsvergunning. De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris bij intrekking van een verblijfsvergunning asiel, ook in het kader van nareis, wel degelijk moet beoordelen of uitzetting in strijd is met artikel 3 EVRM Pro. Dit is niet gebeurd, waardoor het besluit onvoldoende is gemotiveerd.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep gegrond. Het besluit van 9 augustus 2013 wordt vernietigd wegens strijd met artikel 3:46 Awb Pro. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €1.225,00 aan de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en het hoger beroep wordt gegrond verklaard.