ECLI:NL:RVS:2015:1703
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding beroepstermijn in vreemdelingenzaak
Bij verschillende besluiten van 18 februari 2015 heeft de staatssecretaris de aanvragen van vreemdelingen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdelingen stelden hiertegen beroep in bij de rechtbank, die op 13 maart 2015 de beroepen ongegrond verklaarde. De vreemdelingen stelden vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State beoordeelde de ontvankelijkheid van het hoger beroep. Uit de datumstempeling op de uitspraak van de rechtbank bleek dat deze op 13 maart 2015 per fax aan de vreemdelingen was verzonden, en zij deze datum ook daadwerkelijk ontvingen. De beroepstermijn van één week, zoals voorgeschreven in de Vreemdelingenwet 2000, liep derhalve op 20 maart 2015 af.
De vreemdelingen betoogden dat de uitspraak pas op 16 maart 2015 per post was verzonden, waardoor zij tijdig beroep meenden te hebben ingesteld. De Raad van State verwierp dit standpunt, omdat de faxdatum leidend is en de vreemdelingen geen verwarring konden hebben over de termijn. Het hogerberoepschrift was op 23 maart 2015 ingekomen, dus te laat. Daarom verklaarde de Raad van State het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer onder leiding van lid H.G. Lubberdink op 20 mei 2015.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.