ECLI:NL:RVS:2015:1723
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens discriminatoir handelen bij controle arbeid vreemdelingen
De minister legde appellant een boete van €12.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), omdat vreemdelingen zonder vergunning arbeid verrichtten in een pand van appellant.
Appellant stelde dat de inspecteurs discriminatoir hadden gehandeld door alleen vreemdelingen met een donkere haarkleur en getinte huidskleur om identiteitsbewijs te vragen, terwijl blanke personen niet werden gecontroleerd. Hierdoor waren de verklaringen van de vreemdelingen onrechtmatig verkregen en moesten deze van het bewijs worden uitgesloten.
De Raad van State oordeelde dat het onderscheid op basis van uiterlijke kenmerken ongeoorloofd was zonder objectieve rechtvaardiging, in strijd met artikel 1 van Pro de Grondwet. Het gebruik van de verklaringen van de vreemdelingen was ontoelaatbaar. Omdat zonder deze verklaringen de overtreding niet was aangetoond, kon de boete niet standhouden.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het boetebesluit, herroept het boetebesluit en bepaalde dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: De boete wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt vernietigd wegens discriminatoir handelen van inspecteurs en ontoelaatbaar bewijs.