ECLI:NL:RVS:2015:1736
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens vervallen belang na intrekking dwangsombesluit
Bij besluit van 12 november 2012 legde het college van burgemeester en wethouders van Dronten aan appellant een dwangsom op om coniferen terug te snoeien tot de erfgrens. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Op 9 september 2014 trok het college het dwangsombesluit in vanwege verjaring van de bevoegdheid tot invordering van de dwangsom. Hierdoor verviel het belang van appellant bij de beoordeling van het hoger beroep. De Afdeling oordeelde dat het intrekkingsbesluit onvoorwaardelijk was en dat appellant door de intrekking had bereikt wat hij met het hoger beroep beoogde.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep en het beroep tegen het intrekkingsbesluit niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een rechtens te beschermen belang. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant en tot terugbetaling van het door appellant betaalde griffierecht. De Afdeling benadrukte dat de mogelijkheid van een toekomstige handhavingsprocedure een onzekere gebeurtenis is en geen reden vormt om het beroep ontvankelijk te verklaren.
Uitkomst: Het hoger beroep en het beroep tegen het intrekkingsbesluit worden niet-ontvankelijk verklaard wegens vervallen belang.