ECLI:NL:RVS:2015:1739
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering voorschot kinderopvangtoeslag ondanks betoog oplichting
Appellante maakte bezwaar tegen de herziening van haar voorschot kinderopvangtoeslag over 2010 door de Belastingdienst/Toeslagen, waarbij het voorschot op nihil werd gesteld en teruggevorderd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde bij de Raad van State.
Appellante voerde aan dat de aanvraag om kinderopvangtoeslag niet door haarzelf, maar door een hulpverlener met haar DigiD was ingediend, waardoor zij slachtoffer was van oplichting. Tevens stelde zij dat de rechtbank ten onrechte van haar verlangde bankafschriften te overleggen om aan te tonen wat met de voorschotten was gebeurd.
De Raad van State oordeelde dat de Belastingdienst mocht uitgaan van de aanvraag die met de persoonlijke DigiD van appellante was ingediend, en dat de terugvordering terecht was. De bewijslastverdeling en de eis tot overleg van bankafschriften waren niet onjuist. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van het voorschot kinderopvangtoeslag bevestigd.