ECLI:NL:RVS:2015:1747
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verklaring omtrent gedrag voor chauffeurskaart
Bij besluit van 12 september 2013 wees de staatssecretaris de aanvraag van appellant om een verklaring omtrent gedrag (VOG) voor het verkrijgen van een chauffeurskaart af. Appellant maakte bezwaar, dat op 3 december 2013 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant op 19 augustus 2014 eveneens ongegrond.
Appellant stelde ter zitting dat hij inmiddels over een VOG voor de chauffeurskaart beschikt, maar kon dit niet aantonen. De Afdeling bestuursrechtspraak ging daarom uit van het voortbestaan van het belang bij het hoger beroep. De staatssecretaris baseerde het besluit op meerdere justitiële gegevens, waaronder strafbeschikkingen en veroordelingen voor verkeersovertredingen en het niet tonen van een chauffeurspas.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat het belang van de samenleving zwaarder weegt dan het belang van appellant bij afgifte van de VOG. De staatssecretaris mocht aannemen dat onvoldoende tijd was verstreken om het risico op herhaling te verwaarlozen, mede gezien de recidive binnen vijf jaar. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag van appellant voor een VOG ten behoeve van een chauffeurskaart is afgewezen en deze afwijzing is bevestigd in hoger beroep.