ECLI:NL:RVS:2015:1749
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- J.W. van de Gronden
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging handhavingsbesluit woonboot wegens bevoegdheidsgebrek
Het dagelijks bestuur van het stadsdeel Centrum legde appellant een last onder bestuursdwang op vanwege de overschrijding van de maximaal toegestane hoogte van zijn woonboot. Appellant voerde aan dat de woonboot als bouwwerk in de zin van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) moet worden beschouwd, waardoor hogere regelgeving van toepassing is en het dagelijks bestuur niet bevoegd was tot handhaving op grond van de Verordening.
De rechtbank had het besluit van het dagelijks bestuur grotendeels in stand gelaten, maar stelde de termijn voor naleving van de last op zes maanden. Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat de woonboot inderdaad als bouwwerk moet worden aangemerkt omdat deze bedoeld is om ter plaatse als woning te functioneren en een plaatsgebonden karakter heeft.
Hierdoor zijn de bepalingen van de Verordening en de bijbehorende richtlijnen niet van toepassing op de woonboot van appellant. Het dagelijks bestuur was daarom niet bevoegd om op grond van deze bepalingen handhavend op te treden. De Afdeling vernietigde het besluit van het dagelijks bestuur en het vonnis van de rechtbank voor zover deze het besluit in stand hielden, en herroept het handhavingsbesluit. Tevens veroordeelde de Afdeling het algemeen bestuur tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het handhavingsbesluit tegen de woonboot wordt vernietigd wegens bevoegdheidsgebrek van het dagelijks bestuur.