ECLI:NL:RVS:2015:175
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.A.A. Mondt-Schouten
- G. van der Wiel
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan Sportpark Buitenhout wegens strijd met Wro en EHS-begrenzing
De raad van de gemeente Almere stelde op 16 januari 2014 het bestemmingsplan Sportpark Buitenhout vast, gericht op de ontwikkeling van een sportpark met hockey-, voetbal- en tennisvelden in het gebied Buitenhout. Stichting Groenbehoud Almere en enkele omwonenden stelden beroep in tegen dit besluit, onder meer vanwege bezwaren over verkeersdruk, geluidshinder, nut en noodzaak van het sportpark, en aantasting van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS).
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat een aantal appellanten geen rechtstreeks belang hadden bij bepaalde plandelen en verklaarde hun beroep niet-ontvankelijk. De inhoudelijke toetsing leidde tot het oordeel dat het plan voor de aanleg van tennisbanen niet binnen de wettelijk voorgeschreven planperiode van tien jaar valt, waardoor het plan op dat punt in strijd is met artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Tevens stelde de Afdeling vast dat de raad bij vaststelling uitging van een onjuiste begrenzing van de EHS, waardoor het plan ook op dat punt in strijd met artikel 3.1 Wro is vastgesteld.
Na het besluit tot herbegrenzing van de EHS door het college van gedeputeerde staten, waarbij de gronden van het sportpark buiten de EHS werden gebracht en een ander bosgebied werd toegevoegd, kon de raad aantonen dat het plan niet langer tot een significante vermindering van de EHS leidt. De Afdeling liet daarom de rechtsgevolgen van het plan in stand, behalve voor het deel met de tennisbanen. De raad werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de stichting en appellanten die ontvankelijk waren. De Afdeling droeg tevens op het vernietigde deel te verwerken in het elektronisch vastgestelde plan.
Uitkomst: Het bestemmingsplan Sportpark Buitenhout is deels vernietigd wegens strijd met artikel 3.1 Wro en onjuiste EHS-begrenzing, met behoud van rechtsgevolgen voor overige delen na herbegrenzing.